# AI als student

Waar een taalmodel je vooruithelpt, waar het je leerproces sloopt, en wat je erover moet zeggen.

Multimedia & Creatieve Technologie · 0.0 General · Zelfstudie · versie 1.0.0 · 2026-09-20

Tags: ai

Slides: <https://slides.mctantwerp.be/nl/general/09-ai-als-student>

Speaker notes: <https://slides.mctantwerp.be/nl/general/09-ai-als-student.notes.md>

<!-- slide 2 -->

## Agenda

1. Wat het is: Volgende woord raden, heel goed
2. Waar het faalt: Verzonnen zekerheid
3. Leren of afkijken: Het verschil dat telt
4. Prompten: Context erin, bruikbaars eruit
5. Nakijken: Alles wat je overneemt is van jou
6. Eerlijk zijn: Wat je zegt en wat je deelt

<!-- slide 3 -->

## Zelfstudie: Werkwijze

*30 minuten, Alleen*

Reken op een halfuur. Hou een chatvenster open, want de helft van dit deck test je meteen zelf.

1. Het promptlabo en de drill staan in de tweede helft
2. De regels van je vak of je examen staan altijd boven dit deck
3. Sluit af met één opdracht die je als tutor aanpakt in plaats van als antwoordmachine

<!-- slide 4 -->

## 1. Wat het is

*Geen zoekmachine, geen databank, geen collega die nadenkt.*

<!-- slide 5 -->

**Het raadt het volgende woord.**

Het model berekent welk woord waarschijnlijk volgt op wat er al staat. Dat het antwoord klopt, is een gevolg van goede training, geen garantie van het systeem.

<!-- slide 6 -->

### Waarom dat uitmaakt

*Alles wat je hierna leest over fouten, volgt uit dit ene mechanisme.*

1. **Het klinkt altijd goed**: Vlot geformuleerd is precies waar het model op getraind is. Dat zegt niets over of het klopt.
2. **Het weet niet wat het niet weet**: Er zit geen belletje in dat afgaat bij een gat in zijn kennis. Het vult dat gat op met wat waarschijnlijk klinkt.
3. **Het kent jouw project niet**: Alleen wat jij in het venster plakt. De rest van je codebase bestaat voor het model niet.

> [!NOTE]
> Modellen die zoeken of je bestanden lezen, halen er wel echte informatie bij. Ook dan blijft het de tekst eromheen die voorspeld wordt.

<!-- slide 7 -->

## 2. Waar het faalt

*Vier soorten fouten die je leert herkennen.*

<!-- slide 8 -->

### Hallucinaties

*Verzonnen dingen die er volledig echt uitzien, want ze zijn geschreven in dezelfde toon als de waarheid.*

| Wat je krijgt | Waarom het misgaat |
| --- | --- |
| Een functie die niet bestaat | Ze past in het patroon van de library, dus ze klinkt logisch |
| Een npm-pakket dat nooit bestond | Aanvallers registreren die verzonnen namen, met kwaadaardige code erin |
| Een bron met titel, auteur en jaartal | Het formaat klopt, de publicatie bestaat niet |
| Een citaat van een bekend iemand | In de stijl van die persoon, maar nooit gezegd |

> [!WARNING]
> Installeer nooit een pakket dat je uit een antwoord kopieert zonder het op npm zelf op te zoeken. Dat is een echte aanvalsweg, geen theorie.

<!-- slide 9 -->

### Goed en minder goed

*Hetzelfde model, twee soorten taken.*

#### Werkt goed

- Uitleggen wat een foutmelding betekent
- Boilerplate, regex, testdata, omzetwerk
- Een tekst herschrijven of vertalen
- Doorvragen tot je een begrip snapt

#### Werkt slecht

- Versies en API's van de laatste maanden
- Cijfers, data en bronnen die moeten kloppen
- Keuzes in jouw project, met jouw context
- Alles waar je zelf niet kan beoordelen of het juist is

<!-- slide 10 -->

### De versieval

*Het model is getraind op jaren oude code. Jouw framework niet.*

- Je krijgt de manier waarop het drie versies geleden ging
- Die code draait soms nog, met een waarschuwing die je niet ziet
- Soms draait ze niet en zoek je een uur naar een functie die verdwenen is
- De officiële documentatie van jouw versie wint altijd van het antwoord

> [!TIP]
> Zet je versienummers in je vraag. Dat is de goedkoopste correctie die er bestaat.

<!-- slide 11 -->

## 3. Leren of afkijken

*Hetzelfde gereedschap, twee volledig andere uitkomsten.*

<!-- slide 12 -->

**Snappen terwijl je leest is niet kunnen.**

Je leest een antwoord, het is helder, je knikt. Dat gevoel van begrijpen is echt. Het verdwijnt zodra je het blad omdraait en het zelf moet doen.

<!-- slide 13 -->

### Twee manieren om hetzelfde venster te gebruiken

#### Als tutor

- "Leg uit waarom mijn aanpak niet werkt"
- "Geef me een hint, nog geen oplossing"
- "Stel me drie vragen over deze code"
- "Wat had ik moeten opmerken in deze foutmelding?"

#### Als antwoordmachine

- "Schrijf de volledige opdracht voor mij"
- Plakken tot het draait en doorgaan
- De uitleg overslaan omdat het werkt
- Je verslag laten genereren en je naam eronder zetten

<!-- slide 14 -->

### Waar je jezelf mee hebt

*De moeite die je overslaat, is precies de moeite waar je van leert.*

1. **Worstelen werkt**: Twintig minuten zelf zoeken zet meer vast dan een antwoord dat je in tien seconden krijgt. Vervelend, en waar.
2. **Het examen is alleen**: Op een toets zit je zonder venster. Wie de vier maanden ervoor liet typen, merkt dat daar.
3. **Stage rekent af**: Een bedrijf ziet in een week of je kan uitleggen wat je schreef. Dat is de vaardigheid die ze inhuren.

> De eerlijke test: sluit het venster en typ het opnieuw. Lukt dat niet, dan heb je het niet geleerd, enkel opgehaald.

<!-- slide 15 -->

### De spelregels

*Deze gelden in dit vak. Andere vakken en examens kunnen strenger zijn, en dan tellen die.*

- **Wat mag**: Uitleg vragen, foutmeldingen laten ontrafelen, boilerplate genereren, je tekst laten nalezen, alternatieven laten opsommen.
- **Wat je altijd kan**: Elke regel die je indient, uitleggen. Als je dat niet kan, is het niet jouw werk en telt het niet.
- **Wat niet mag**: Een opdracht volledig laten maken, een examen of een toets, en alles waar het vak expliciet nee op zegt.
- **Wat je zegt**: Vermeld waar je het gebruikte wanneer het vak dat vraagt. Verzwijgen maakt van een hulpmiddel een probleem.

<!-- slide 16 -->

## 4. Prompten

*Dezelfde ingrediënten als een goede vraag aan een mens.*

<!-- slide 17 -->

### Promptlabo

*Dezelfde vraag, één keer als kreet en één keer met alles erbij wat het model nodig heeft.*

<!-- slide 18 -->

### Vier handgrepen die het verschil maken

*Bovenop de context, dit is waar je aan kan draaien.*

| Wat je erbij zegt | Wat je terugkrijgt |
| --- | --- |
| De versies van je tools | Code die past bij wat je echt draait |
| "Leg uit voor je code geeft" | Iets waar je van leert in plaats van iets om te plakken |
| "Geef drie aanpakken met de nadelen" | Een keuze in plaats van een mening |
| "Wat is er mis met mijn oplossing?" | Kritiek op je eigen werk, veel nuttiger dan een herschrijving |

<!-- slide 19 -->

### Wat je er niet in plakt

*Alles wat je typt, verlaat je machine en kan bewaard of gebruikt worden.*

- Wachtwoorden, API keys en tokens, ook niet "even om te testen"
- Persoonsgegevens van echte mensen: namen, mailadressen, dossiers
- Code of documenten van je stagebedrijf of een klant, tenzij het uitdrukkelijk mag
- Examenvragen, en alles waar een geheimhoudingsafspraak op zit

> [!WARNING]
> Veel bedrijven hebben hier een beleid voor. Vraag het op je eerste stagedag, niet nadat je hun code geplakt hebt.

<!-- slide 20 -->

## 5. Nakijken

*Alles wat je overneemt, wordt van jou. Inclusief de fouten.*

<!-- slide 21 -->

### De controle in vijf stappen

- Draait het, en doet het wat je vroeg?
- Kan je elke regel uitleggen aan iemand anders?
- Bestaan de functies en pakketten echt, volgens de officiële docs?
- Past het bij de rest van je project, of is het een vreemd eiland?
- Zit er iets in dat je niet nodig hebt, of dat te veel doet?

> [!TIP]
> **De uitlegtest**
>
> Kan je het niet uitleggen, dan is het niet af. Niet omdat het verboden is, maar omdat je het dan ook niet kan herstellen wanneer het breekt.

<!-- slide 22 -->

### Bronnen die je krijgt

*Links uit een antwoord open je, elke keer.*

- Een url kan verzonnen zijn en toch perfect uitzien
- Een titel kan bestaan terwijl de inhoud iets anders zegt
- Officiële documentatie is één klik ver, en die klik is de hele controle
- Voor cijfers en data: zoek de oorspronkelijke bron, niet de samenvatting

> [!NOTE]
> Dit geldt dubbel voor een verslag met referenties. Een verzonnen bron in je bibliografie is een fout die je lector meteen ziet.

<!-- slide 23 -->

## 6. Eerlijk zijn

*Tegen je lector, tegen je klant en tegen jezelf.*

<!-- slide 24 -->

### Drill: slim of niet

*Zes situaties uit een gewone lesweek.*

**1. Je zit vast op een foutmelding en vraagt het model om uit te leggen wat ze betekent.**

- **Prima gebruik** ✓
- Beter niet doen
- Alleen buiten de les

Dit is waar een model sterk in is en waar jij iets van leert. Je krijgt uitleg, geen kant en klare oplossing, en je kan nog altijd zelf nakijken of het klopt.

**2. Je laat je volledige verslag schrijven en zet er je naam onder.**

- Mag, je hebt de prompt geschreven
- **Dat is plagiaat, en het valt op** ✓
- Mag als je het herleest

Je levert werk in dat niet van jou is. Los van het reglement: je lector herkent het aan de toon, en bij de eerste vraag erover sta je met je mond vol tanden.

**3. Het model stelt een npm-pakket voor dat je nog nooit zag. Je installeert het meteen.**

- Prima, npm controleert dat
- **Eerst opzoeken op npm en GitHub** ✓
- Enkel met sudo

Verzonnen pakketnamen worden door aanvallers geregistreerd. Kijk naar downloads, laatste update en de repo voor je iets installeert dat mee in je build gaat.

**4. Je plakt de code van je stagebedrijf in een chat om ze te laten opkuisen.**

- Mag, het is maar een functie
- **Eerst het beleid van het bedrijf nakijken** ✓
- Mag als je de namen verandert

Die code is van hen, niet van jou. Veel bedrijven verbieden dit of hebben een eigen omgeving. Vraag het op dag één, dan zit je goed voor de rest van je stage.

**5. Je gebruikt het model om drie manieren te laten opsommen waarop je een feature kan bouwen.**

- **Nuttig, je kiest daarna zelf** ✓
- Zinloos, het weet niets van je project
- Alleen als je alles overneemt

Alternatieven naast elkaar krijgen is een van de betere toepassingen. De keuze en de motivatie blijven van jou, en die motivatie is wat je lector wil horen.

**6. Voor een oefening die expliciet zonder hulpmiddelen moet, gebruik je het toch even.**

- Niemand ziet het
- **Niet doen, de oefening is de training** ✓
- Mag als je het achteraf nakijkt

Zo'n oefening bestaat net om de moeite te doen. Overslaan betekent dat je op het examen of op stage merkt dat je iets mist, en dan kan je het niet meer inhalen.

<!-- slide 25 -->

### Wat je erover zegt

*Transparantie kost je niets en ruimt achteraf veel op.*

```md
## Gebruik van AI

- Claude gebruikt om de foutmelding in Weather.jsx te ontrafelen
- Eerste versie van de regex voor de postcodes, daarna zelf aangepast
- Tekst van de README laten nalezen op taal
- Alle code in src/ is zelf geschreven en getest
```

> [!TIP]
> Vier regels in je README of je verslag. Vraagt je vak het niet, dan is het nog altijd een goede gewoonte voor later.

<!-- slide 26 -->

### En de rechten

*Kort, want dat staat voluit in het deck over rechten en licenties.*

- Beeld en tekst uit een model krijgen meestal geen auteursrecht, ook niet voor jou
- Wat je met de output mag, staat in de voorwaarden van de tool
- Code uit een assistent kan letterlijke stukken met een licentie bevatten
- Een klant vragen of AI mag, hoort bij het gesprek vooraf

<!-- slide 27 -->

### Wat is de beste test voor code die je uit een antwoord overneemt?

- A. Kan je elke regel uitleggen aan iemand anders
- B. Draait ze zonder fouten
- C. Komt ze van een recent model
- D. Staat er commentaar bij

**Antwoord:** A. Kan je elke regel uitleggen aan iemand anders

Draaien is het minimum, geen bewijs. Kan je het uitleggen, dan kan je het ook aanpassen wanneer het breekt, en dat is precies wat er straks van je gevraagd wordt.

<!-- slide 28 -->

### Spiekbriefje

*Zes gewoontes die het verschil maken tussen sneller en dommer.*

- **Context erin**: Doel, versies, code, foutmelding, wat je al deed.
- **Uitleg eerst**: Vraag waarom, niet alleen wat. Hints boven oplossingen.
- **Zelf worstelen**: Eerst twintig minuten. Daar zit het leren.
- **Nakijken**: Elke regel uitleggen, elk pakket opzoeken, elke bron openen.
- **Niets geheims**: Geen keys, geen persoonsgegevens, geen klantcode.
- **Zeggen wat je deed**: Vier regels in je README, en je hebt nooit een discussie.

<!-- slide 29 -->

### Opdracht: Eén opdracht als tutor

*25 minuten, Alleen*

Neem een oefening waar je normaal het antwoord zou vragen, en draai de rolverdeling om.

1. Vraag uitleg en hints, geen code, tot je het zelf kan schrijven
2. Schrijf de oplossing zelf, met het venster gesloten
3. Laat daarna je eigen code bekritiseren en kijk wat er terecht is
4. Noteer in drie regels wat je hebt bijgeleerd en wat je model fout had

<!-- slide 30 -->

### Verder

*Drie dingen die de moeite lonen, plus het reglement dat voorgaat.*

- **Het reglement van je opleiding**: Wat mag en niet mag per vak en per examen. Bij twijfel vraag je het aan je lector, niet aan het model.
- **[De docs van je framework](https://developer.mozilla.org)**: Bij elk antwoord over code: één klik naar de officiële bron van jouw versie.
- **De voorwaarden van je tool**: Wat er met je invoer gebeurt en wat je met de output mag. Anders per tool en per abonnement.
- **Het deck over hulp vragen**: Dezelfde ingrediënten werken bij een mens, en daar leer je vaak meer.

## Begrippen

- **Taalmodel**: Een model dat berekent welk woord waarschijnlijk volgt op wat er al staat. Het klinkt altijd vlot, maar dat het antwoord klopt is een gevolg van goede training, geen garantie. Het kent enkel wat jij in het venster zet. (slide 4)
- **Hallucinatie**: Iets verzonnen dat er volledig echt uitziet: een functie, een npm-pakket, een bron of een citaat dat niet bestaat. Aanvallers registreren verzonnen pakketnamen, dus zoek elk pakket eerst op npm op. (slide 8)
- **Versieval**: Het model is getraind op oudere code en geeft je de aanpak van een paar versies geleden. Zet je versienummers in je vraag, en de officiële documentatie van jouw versie wint altijd. (slide 10)
- **Tutor**: Een model gebruiken om uitleg en hints te krijgen in plaats van de oplossing. Het tegenovergestelde is de antwoordmachine: de opdracht laten schrijven en plakken tot het draait. (slide 13)
- **Prompt**: Wat je aan het model vraagt. Een bruikbare prompt geeft context: je doel, je versies, je code, de foutmelding, wat je al probeerde en hoe je het antwoord wil. (slide 17)
- **Uitlegtest**: Kan je elke regel die je overneemt uitleggen aan iemand anders? Zo niet, dan is het niet af, want dan kan je het ook niet herstellen wanneer het breekt. (slide 21)
- **Transparantie**: Vermelden waar je AI gebruikte, bijvoorbeeld in een korte sectie in je README of je verslag. Verplicht wanneer je vak het vraagt, en een goede gewoonte voor later. (slide 25)

## Links en bronnen

### In de presentatie

- [De docs van je framework](https://developer.mozilla.org) (slide 30)
